Aspecten van Nederland
Bloemen |
| Bloemen zijn een belangrijke bron van inkomsten voor Nederland. Enerzijds omdat Nederland de meeste bloemen produceert. Anderzijds omdat Nederland een zeer belangrijke schakel is in de internationale bloemenketen. Zo verloopt circa 60% van de internationale bloemenhandel via Nederlandse veilingen. |
Molens |
| Hoewel molens in meerdere landen voorkomen, hebben zich in Nederland de meeste variaties ontwikkeld en is de grootste perfectie in de constructie bereikt. Molens kunnen worden ingedeeld naar hun uiterlijk, naar hun taak en naar hun bedieningswijze. Tot de uitvinding van de stoommachine waren molens de belangrijkste energievoorzieners. In de 19e eeuw telde Nederland nog ruim 10.000 molens. Taak: De Nederlandse molens zijn grofweg in drie categorieën in te delen. De meeste molens werden gebruikt als poldermolen, vooral in de droogmakerijen. De tweede categorie is die van de korenmolens en als laatste zijn er de industriemolens. Deze laatste categorie bestaat zowel uit wind- als uit watermolens. |
Klompen |
| Een klomp is een houten schoeisel dat reeds sinds de oudheid bestaat en tijdens de Middeleeuwen in grote delen van Europa gedragen werd door vooral arbeiders en boeren. Andere oude benamingen voor de klomp zijn: clomp en holleblock. Trippe en platijn zijn houten zolen met lederbanden en stammen uit de Middeleeuwen. In vele landen bestaat vaak het beeld dat Nederland bewoond wordt door mensen die op klompen lopen. In de souvenirindustrie worden dan ook veel klompen gemaakt, niet alleen van hout, maar ook van bijvoorbeeld Delfts blauw aardewerk. Nederlandse uitdrukkingen en gezegden waarin de klomp voorkomt: -Iets op zijn klompen aanvoelen: "Je kunt op je klompen aanvoelen, dat ze hem niet als gelijke accepteren". -Nu breekt mijn klomp: (Dit had ik niet verwacht) -Met de klompen op het ijs komen. Er zijn twee plaatsen in Nederland die De Klomp heten: - De Klomp: een dorp in de gemeente Ede in de Nederlandse provincie Gelderland - De Klomp: een plaats in de gemeente Weesp in de provincie Noord-Holland |
Kaas |
| In de prehistorie werd in Nederland al kaas gemaakt. Dit blijkt uit gevonden aardewerk potjes uit ± 800 v. Chr. met gaatjes, waarin de wrongel uitlekte en kon drogen. In zijn boek 'De bello Gallico' van Julius Caesar uit 57 voor Christus schreef hij dat in onze streken kaas werd gegeten. De provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Friesland zijn door de natte bodem het meest geschikt voor het houden van melkvee. In de Middeleeuwen werd al Nederlandse kaas naar het buitenland geëxporteerd. Nederland wordt vanaf de Gouden Eeuw (1600-1700) in het buitenland bekend als kaasland. De Alkmaarse waag functioneert sinds 1581 als kaaswaag. De kaas werd vaak per schip aangevoerd. Het gilde van de kaasdragers bestaat als sinds 1619. De kaasmarkt van Alkmaar is momenteel alleen nog een toeristische attractie. Nederlandse Kaassoorten: •Edammer kaas - Kaas in kleine bollen van circa 1,7 kilogram. •Friese nagelkaas - Een kaas waaraan kruidnagels zijn toegevoegd. Deze kaas komt het best tot zijn recht als met een pittige smaak (minimaal belegen). •Graskaas - Jonge kaas die gemaakt wordt van de melk die de koeien geven als ze in het voorjaar weer naar buiten gaan. •Hooikaas - Kaas uit de winterperiode, die minder wordt gewaardeerd dan graskaas. •Goudse kaas - de meest bekende en gegeten kaas. De vorm is een wiel van ca. 15 kg. •Kernhemmer •Leidse kaas - Deze kaas wordt gemaakt uit gedeeltelijk afgeroomde melk met toevoeging van karnemelk en stremsel. Door de wrongel wordt komijnzaad gemengd. •Boerenkaas - Kaas gemaakt van melk die direct op de kaasboerderij is verkregen. •Smeerkaas - Dunne smeerbare kaas die wordt verkregen door diverse kazen te smelten onder toevoeging van smeltzout. •In mindere mate ook kazen met ander kruiden en specerijen, zoals mosterd, sambal, pesto, rucola, peppadew, bieslook en brandnetel •Leerdammer kaas •Rommedoe •rookkaas |
Nederlandse Kunst |
| Literatuur: De Nederlandse literatuur heeft door de eeuwen heen belangrijke schrijvers opgeleverd. Tijdens de Middeleeuwen maakte de Nederlandse literatuur deel uit van een brede West-Europese traditie, die onder meer tot uiting komt in ridderverhalen als 'Floris ende Blancefloer' en 'Karel ende Elegast', in het dierenepos 'Van den Vos Reynaerde' en in de moraliteit als 'Elckerlyk'. In de 16e eeuw kwam het humanisme op met Erasmus van Rotterdam als belangrijkste Nederlandse vertegenwoordiger. Zijn 'Lof der Zotheid', een satire op maatschappelijke en kerkelijke misstanden, is in vele talen vertaald. In de 17e eeuw was het vooral Spinoza die met zijn filosofische verhandelingen ook in het buitenland grote waardering verwierf. In die eeuw kwam de Nederlandse literatuur tot grote bloei. Belangrijke schrijvers uit die tijd zijn Vondel, Hooft, Huygens en Bredero. In de 17e eeuw kwam ook de Statenbijbel tot stand: een Nederlandse bijbelvertaling die grote invloed heeft gehad op de vorming van de Nederlandse taal. Een belangrijke auteur uit de 19e eeuw is Multatuli, wiens roman 'Max Havelaar' een aanklacht vormde tegen het koloniale bewind in het toenmalige Nederlands-Indië (tegenwoordig Indonesië). De literatuur na de Tweede Wereldoorlog werd lange tijd gedomineerd door de 'grote drie': W.F. Hermans, Harry Mulisch en Gerard Reve. Belangrijke naoorlogse schrijvers en schrijfsters zijn onder meer Hella Haasse, Cees Nooteboom, A.F.Th. van der Heijden, Marcel Möring, Adriaan van Dis, Thomas Roosenboom en, van de jongere generatie, Arnon Grunberg. In het buitenland is de belangstelling voor Nederlandse auteurs in het afgelopen decennium gestaag gegroeid. Musea: Met bijna 1.000 musea heeft Nederland de grootste museumdichtheid ter wereld. Enkele van de bekendste musea zijn het Rijksmuseum en het Vincent van Gogh Museum in Amsterdam, het Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam, het Mauritshuis in Den Haag en Paleis het Loo in Apeldoorn. Hedendaagse kunst is te bewonderen in onder meer het Stedelijk Museum in Amsterdam, het Kröller-Müller Museum in Otterlo, het Bonefanten Museum in Maastricht en het Van Abbemuseum in Eindhoven. Architectuur: Ook op het gebied van architectuur en stedenbouw heeft Nederland een traditie hoog te houden. Maar liefst 50.000 gebouwen, objecten en complexen zijn tot rijksmonumenten bestempeld. De overheid beschermt en draagt financieel bij aan de instandhouding ervan. De 17e- en 18e-eeuwse grachtenpanden in Amsterdam zijn wereldberoemd. Dat geldt ook voor de stedelijke uitbreidingsplannen die in de 20e eeuw zijn gerealiseerd zoals Amsterdam-Zuid van de architect en stedenbouwkundige Berlage en de naoorlogse nieuwbouw in het centrum van Rotterdam. Moderne architectuur kent in Nederland een veelvoud van verschijningsvormen. Jonge architecten krijgen de gelegenheid tot experimenteren bij de bouw en de uitbreiding van steden. Ook de overheid heeft invloed op architectuur door haar rol als opdrachtgever. Recente voorbeelden zijn het modernistische gebouw van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (Hoogstad) en het postmodernistische gebouw van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Graves en Soeters). Andere bekende Nederlandse architecten zijn onder meer Aldo van Eyck, Herman Hertzberger, Wim Quist, Pi de Bruyn, Rem Koolhaas en Jo Coenen. Laatstgenoemde heeft het gebouw ontworpen waarin het Nederlands Architectuur Instituut in Rotterdam is gehuisvest. In Amsterdam is het Berlage Instituut gevestigd: een internationale 'werkplaats' voor talentvolle architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten. Schilderkunst: Vooral omdat welvarende burgers en kooplieden de belangrijkste opdrachtgevers waren en niet Kerk en Hof, ontwikkelde de schilderkunst van het noorden zich zeer veelzijdig, gestoeld op een traditie van eerdere eeuwen en uitmondend in een hoogtepunt in de 17e eeuw (genrestukken). Toen Antwerpen in 1585 in Spaanse handen viel en de Schelde werd gesloten, namen vele Antwerpenaren de wijk naar het noorden en vestigden zich veelal in het welvarende Amsterdam, waar zij een belangrijke rol in de verdere bloei van deze stad speelden. Het inwonertal van Amsterdam nam snel toe, met als gevolg dat de stad keer op keer moest worden vergroot. Het fraaie stadhuis (thans Koninklijk Paleis) op de Dam, door Jacob van Campen ontworpen, en waaraan onder meer de beeldhouwers Rombout Verhulst en de Antwerpenaar Artus Quellinus werkzaam waren, brengt de trots van de burgerij op hun welvarende stad tot uitdrukking. 18e eeuw: De 18e eeuw kenmerkt zich door een sterke Franse invloed, veroorzaakt door de vele hugenoten die sinds 1685 naar Nederland uitweken. De ontwerpen en ornamentboeken van Daniel Marot (ca 1663-1752) vonden hun toepassing in de architectuur. Onder invloed van het Franse classicisme ontstond er een academische schilderkunst, die met vaste regels en wetten werkte ( Gerard de Lairesse ). 19e eeuw: In de 19e eeuw ontstonden in het kielzog van het classicisme grote historiestukken. Haagse School: Onder invloed van de Romantiek en de Franse School van Barbizon ontwikkelde zich een sterk nationaal gericht impressionisme: de Haagse School. De Stijl: In 1917 richtten enkele kunstenaars en architecten, o.w. Mondriaan, Theo van Doesburg en Rietveld, de groep De Stijl op. De heldere eenvoud en logische constructies van De Stijl vonden in het buitenland veel navolging. Cobra en Nulgroep: Na WO II werd de Nederlandse kunst steeds sterker internationaal gericht. Bekendheid in het buitenland verwierf o.m. de in 1948 opgerichte Cobra-groep met Karel Appel als belangrijkste vertegenwoordiger. Veel andere kunstenaars zoals Armando, Carel Visser, Jan Dibbets, Henk Visch, Marlene Dumas of René Daniëls kregen eveneens over de grenzen een belangrijke naam. |
Grachten |
| Een gracht is een gegraven greppel met water, die hoofdzakelijk voorkomt in oude steden. Het woord komt van graft, waarin het woord graven de Grachten zijn te vinden in veel Hollandse steden. Het meest bekend zijn de grachten in Amsterdam (vooral de Grachtengordel), maar ook in Alkmaar, Delft, Dordrecht, Gouda, Haarlem, Leiden, Zwolle, Leeuwarden, Groningen en Utrecht vormen de grachten een essentieel deel van het stadsbeeld. Ook steden elders in Nederland hebben vaak fraaie grachten. Belangrijke redenen voor de aanleg en instandhouding van de grachten zijn en waren: afwatering, transport en verdediging. Nadat de steden hun functie als vesting in de tweede helft van de 19e eeuw verloren, zijn veel grachten die deel uitmaakten van de vestingwerken gedempt. In de loop der tijden zijn ook binnen de diverse steden grachten gedempt, veelal om hygiënische redenen en om het wegverkeer meer ruimte te bieden. Soms worden er echter initiatieven genomen om grachten weer open te graven, zoals bijvoorbeeld in Breda en Utrecht. Amsterdam is wereldberoemd om zijn grachten. De zeventiende-eeuwse grachtengordel is een zeer geslaagd voorbeeld van planmatige stadsuitbreiding. Ook kleinere Hollandse steden als Delft en Dordrecht zijn rijk aan water. |
Porselein |
| Vanaf 1757 startte de eerste Nederlandse porseleinproductie in het dorpje Weesp. Oud-Nederlands porselein is achtereenvolgens geproduceerd in Weesp, Loosdrecht, Ouder Amstel en Nieuwer Amstel. De bakermat voor de porseleinproductie ligt in China. Vanuit Azië is vanaf de Middeleeuwen al porselein in Europa ingevoerd. In Nederland gebeurde dit vanaf de zeventiende eeuw op grote schaal door de VOC. Lange tijd zijn de grondstoffen voor de porseleinproductie een goed bewaard geheim gebleven. Aardewerk: In het begin van de 17de eeuw ontstaan ook aardewerk- en tegelbakkerijen o.a. in Utrecht, Delft, Gouda, Hoorn, Enkhuizen, Harlingen, Makkum en Bolsward. De kleur van Delfts Blauw Waarom juist de kleur blauw ? Het komt doordat de Chinezen de kleur blauw al gebruikten en de V.O.C. schepen het naar Nederland brachten en wij het na gingen maken, omdat we het mooi vonden, en verder is die kleur goedkoper dan de andere kleuren zoals:rood,zwart,wit,goud, enz. en de kleur blijft het mooist in de oven. Als je iets roods wil verven moet je dat op het glazuur doen. |


